Inmiddels zijn we anderhalve maand verder in ons avontuur in Uganda. Het laagseizoen is hier redelijk begonnen, met dagelijkse buitjes tussendoor, maar de boekingen worden er niet heel veel minder op. We zien wel dat de bezoeken nu beginnen te fluctueren, maar een dag zonder boekingen zit er zeker niet in. We zijn dus bezige bijtjes hier! Ons personeel en de omgeving begint ook aardig door te krijgen waar onze prioriteiten liggen en hoe wij graag zien dat alles loopt. Maar hoe is nu eigenlijk de relatie tussen de lokale bevolking en ons? Daar zal ik jullie eens wat meer over proberen te vertellen in deze blog!

Guatamuza Imbwa
Of het werkelijk de vertaling is, dat moeten we altijd maar geloven, maar we proberen hier de taal Mufumbira een beetje onder de knie te krijgen. Als ik met de honden wandel (Guatamuza Imbwa), dan probeer ik altijd netjes te groeten en iedere keer probeer ik weer wat woordjes wijzer te worden. Mijn mobiel staat volop vol met ‘spiekbriefjes’ waardoor ik sommige zinnetjes beter kan herinneren.

Maryanne en ik wandelen om de beurt in de ochtend met onze lieve hondjes Max en Jackie. Jackie trekt altijd enorm aan de riem, terwijl Max lekker relaxed naast je blijft lopen (soms een beetje irritant op smalle bergpaadjes). De lokale bevolking is doodsbang voor honden, waardoor iedereen altijd met grote boog om je heen loopt. Mensen die ons niet kennen kijken ons altijd een beetje onverschillig aan, tot we iets in hun eigen taal zeggen, dat brengt echt een lach op hun gezicht! Als je er nog een paar zinnetjes achteraan gooit dan kan hun dag volgens mij soms echt niet meer stuk en zie je ze ook weer vrolijk verder lopen.

Mijn ochtendrondje is altijd de heuvel helemaal op, waarna ik door het dorpje terug loop. Dit om zoveel mogelijk mensen mij te laten herkennen zodat ze weten dat wij hun buren zijn. Soms wordt je wel helemaal gestoord van alle kinderen die aandacht willen hebben en het woordje ‘Hello’ wel honderd keer willen schreeuwen en roepen.

Als het weer goed is, lopen we in de middag nog een rondje met de honden. De honden worden altijd zo extreem enthousiast als we de riemen pakken. Ze springen in het rond als een stelletje ADHD’ers (vooral Jackie) en het zijn net een stel kinderen die naar een pretpark gaan. Helaas komen we in de middag nog wel eens andere honden tegen, en dan gaat de verdediging modus aan en wordt het een hele uitdaging om niet door de honden meegesleurd te worden. De andere honden zijn meestal jaaghonden en lopen los, waardoor wij vaak de grootste uitdaging hebben. Gelukkig is er tot dus ver geen gewonde geraakt, maar dit zijn toch wel de meest vervelende momenten van de rondjes die we lopen.

Max en Jackie zijn ook geen fan van geiten, maar rondom geiten kan je ze nog enigszins onder controle houden.

Aandacht van kinderen
De eerder genoemde aandacht van kinderen is meestal leuk, maar kan soms ook een beetje irritant zijn. Tijdens het grotere rondje loop ik altijd langs een school. Daar heb ik dus een keer verteld wie ik was, wat heeft geresulteerd dat alle kinderen mijn naam inmiddels weten. De meeste kinderen roepen dus van alle heuvels ‘Oscar’ of ‘Ossicar’ naast de eerder genoemde ‘Hello’. Als ik hun dan groet in Mufunbira, dan zijn ze of heel verlegen, of juist extreem enthousiast.

Ook de hondjes zijn bekend bij de meeste kinderen. Ondanks dat veel van de kinderen doodsbang zijn voor de honden (Max heeft ook ooit een kindje aangevallen wat op ons terrein was gekomen), vinden ze het heel leuk om de honden bij hun naam te noemen. De honden negeren het overigens compleet als kinderen hun namen noemen. Max kan iedereen ook redelijk goed uitspreken, maar voor Jackie zijn er verschillende varianten al ontstaan. ‘Jackedy’ klinkt altijd erg grappig, en aangezien ik regelmaat ‘Jackie kom!’ roep, denken sommige kinderen dat Jackie ‘Jackiekom’ heet.

Gelukkig valt de negatieve aandacht in het dorpje Mukozi reuze mee. De kinderen die om geld vragen zijn minimaal. Dat blijft toch iets slechts dat wij blanken soms echt maar als geldmachines worden gezien en daardoor mensen gaan bedelen.

Personeel
Het personeel is altijd extreem beleefd richting ons. Als er mensen iets in ons kantoor komen vragen dan word ik altijd aangesproken met Sir of Mister Oscar en Maryanne wordt aangesproken met Madame Maryanne. We hoeven maar iets te vragen of ze regelen het direct voor ons. Sommige zaken doen ze al uit hun zelf. Als wij met een tas ergens heen lopen en ze zien dit, dan kunnen we die tas niet langer dan 5 seconden vast houden of hij wordt al uit onze handen gerukt zodat zij het voor ons kunnen dragen.

Ook als wij zelf onze borden van het eten opruimen dan neemt de bediening dit direct over zodra ze het zien. Het lijkt er zelfs een beetje op dat ze beledigd zijn als ze het niet voor ons mogen doen, wat soms een beetje tegen onze principes ingaan, want wij ruimen met alle liefde onze eigen zooi op.

Het is ook leuk dat we steeds meer uitgebreidere gesprekken krijgen met de diverse personen die bij ons werken. Ze vertellen steeds meer over hun privé situatie en ze zijn ook echt benieuwd naar hoe ons leven in Nederland er dan uit zou zien. Toch moeten wij altijd een klein beetje oppassen met hoe we bepaalde dingen verwoorden, aangezien ze dingen heel snel kunnen verdraaien waardoor ze een totaal verkeerd beeld krijgen.

Omdat wij niet 24/7 rond kunnen lopen en ook onze eigen administratieve/financiële zaken hebben, hebben wij niet altijd het idee dat we volledige grip hebben op wat er gebeurd. Toch, als je dan een keer een controle ronde loopt, zijn in ieder geval de zaken die je hebt benoemd allemaal gedaan. Als je mensen kwijt bent, dan vind je ze altijd wel weer ergens aan het werk. Wij proberen een niet al te controlerende rol te hebben, maar meer een sturende rol waarbij het personeel ook inbreng heeft. Inbreng is overigens voor hun nog niet erg gebruikelijk, als we vragen naar hun mening dan is dit vaak het geen zoals ze al jaren doen.

Met enige regelmaat krijgen we ook sollicitanten op bezoek. De lokale toerisme school brengt een hoop stagiaires naar onze lodge, waardoor wij ook echt wel de mogelijkheid krijgen om de beste hiervan te behouden. Ook deze mensen zijn extreem beleefd en kletsen ook altijd lekker met je mee. ‘Welke afdeling zou je dan graag willen werken?’, wordt al snel beantwoord met ‘Alles is prima’. ‘Zou je dan in de housekeeping willen werken’, wordt altijd beantwoord met ‘Yes!’. Echt heel goed peilen zit er dus niet echt in. Ze willen gewoon heel graag voor de lodge werken, wat ook wel logisch is voor een land met zoveel werkeloosheid.

Voorkeursbehandeling in Kisoro
In Kisoro zijn we inmiddels ook wel bekend bij de meeste adressen. Bij de bank met soms oneindig lange rijen, zet het bankpersoneel ons vaak al voor in de rij. Bij de man voor het lokale vlees (vooral voor ons personeel en chauffeurs van gasten) hoeven we de auto niet eens uit te stappen en komt hij bij het raam de bestelling opnemen. Idem dito voor het tankstation, waar onze jerrycans voor de generator en de boot worden gevuld zonder dat we ook maar de auto uit hoeven te stappen.

De servicegerichtheid is hier enorm! Ze vinden hun bedrijvigheid met ons enorm belangrijk en zien ook dat wij twee keer per week langs komen voor grotere boodschappen.

Sommige mensen draven ook een beetje te ver door, zo krijgen wij van een vrouw 3x per week telefoontjes om te vertellen dat ze passiefruit heeft en of we bij haar langs willen komen dan.

De enige plek waar we geen voorkeursbehandeling kunnen verwachten is UWA (Uganda Wildlife Authority), waar we de gorilla permits moeten kopen. Dit is niet zozeer door de onwil, maar door het belachelijke systeem wat ze hiervoor hebben. Het kantoor in Kisoro moet voor beschikbaarheid naar Kampala bellen (dat duurt al een eeuwigheid) en als we het dan willen boeken, moeten ze opnieuw bellen en volgt een procedure waarbij ze alle permits met de hand moeten gaan uitschrijven. Het kopen van een paar permits kan dus zomaar een uur of langer duren, terwijl er verder vrijwel nooit iemand in de rij staat (moet je je voorstellen als dit wel het geval zou zijn)… Gelukkig hebben we inmiddels een whatsappnummer bemachtigd van een van het personeel, zodat we in ieder geval op afstand de beschikbaarheid kunnen checken.

Belachelijk dat ze zo’n antiek systeem hanteren, terwijl de overheid een slordige 22 miljoen dollar per gorilla per jaar verdient. Wetende dat er over de 100 gorilla’s inmiddels gewend zijn aan bezoekers (en mensen dus $600 dollar per persoon betalen voor een gorilla trekking), is het te bizar voor woorden dat hier geen beter systeem voor is.

Ondanks UWA gaat alles verder tot dusver redelijk vlot in Kisoro en hebben we weinig te klagen. Meestal zijn we in een ochtend weer terug, en in sommige gevallen als alles wat langer duurt dan gebruikelijk dan nemen we een lunch in Kisoro.

Bekend met de buurt!
We leren de mensen uit de buurt al aardig kennen, het personeel leert ons behoorlijk wat van de lokale taal en de lokale gewoontes en de meeste mensen weten inmiddels ook wie wij zijn.

Tijdens onze rondjes met de honden komen we ook steeds meer van de buurt te weten! Zo weten we waar ons houtskool wordt gemaakt, waar de meeste mensen wonen en hoe we overal kunnen komen. Al met al is dit dus echt een thuis aan het worden waar we de komende twee jaar een hoop mensen nog beter gaan leren kennen.

En wie weet spreken we over twee jaar de lokale taal helemaal vloeiend?!

Nee, dat denk ik niet. J

#

5 reacties

  1. Wow… Dit klinkt geweldig! Leuk om jullie verhaal te lezen. Nu moeten we bij jullie komen weerwolven 😂 Keep me post it! A bit jealous 😉

  2. Wat een leuk verhaal en wat een schitterende plaatjes weer!!! Fijn om te lezen dat het goed met jullie gaat en dat jullie al langzaam aan het inburgeren zijn daar!

    • Dat ziet er goed uit Oscar, leuk om je ervaringen te lezen. Als ik dit zo leest en mij een beetje inleeft hoe jullie daar wonen, de mensen waar mee je werkt, de gewoontes die daar zijn, de omstandigheden waarmee je maken hebt dan denk je toch wel, wat hebben wij het goed in NL, alles werkt, alles functioneert, heb je het niet in huis dan koop je het. Dit zijn mooie ervaringen, die vergeet je leven niet meer, vooral genieten, genieten en genieten daar en een beetje hobbyen (werken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoek in het archief